Dream sequence [2]
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 27 januari 2012
Ik werd wakker. Laten we aannemen dat ik wakker werd. Alle tekenen van ontwaken waren er: het moeizaam rechtop gaan zitten om de krijsende radiowekker af te zetten, het zonlicht dat in mijn tot spleetjes vernauwde oogleden brandt, de obligatoire ochtenderectie. Toen ik echter mijn vuist liet neervallen op de radiowekker teneinde de afschuwelijke muziek van MNM te stoppen, viel mijn oog op een object dat ik voordien nog nooit eerder had gezien in mijn slaapkamer. Naast mijn bed stond een ander bed. In dat bed lag een soort in menselijke vormen geboetseerde schimmelinfectie. Om precies te zijn ging het om een magere zwerver met zwartgeblakerde vingers, zwartomrande ogen, een stoppelbaard en vuilblonde, halflange, uitgedunde haren die in geen vijftien jaar gewassen waren. Om één of andere reden was mijn bed ’s nachts verplaatst naar een andere ruimte in ons bescheiden huis. De zwerver ging op zijn zij liggen, keek me aan met een doodse blik in zijn ogen en vroeg om wisselgeld. Dat had ik uiteraard niet, want ik lag nog halfnaakt in bed. Na enkele woorden te hebben uitgewisseld verdween de man in het niets.
Vermoeid, suf en totaal in de war bleef ik nog enkele seconden liggen vooraleer ik in een vervreemde stemming die het midden houdt tussen roes en angst de gang inliep waar ik mijn vader tegen het lijf liep.
“Pa?”
“Ja zoon, is er iets?”
“Misschien vergis ik mij. Misschien was het maar een droom ofwel ben ik gewoon gek aan het worden, maar kan het zijn dat er vannacht iemand in een bed naast mij is blijven slapen?”
“Ah ja, dat is Jef. Die kerel die in de Kerkstraat woont. Ken je die niet?”
“Euh nee …”
“Hij heeft het een beetje moeilijk de laatste tijd. Relatieproblemen en zo.”
“Ah …”
Ik draaide me om en ging terug slapen. De dag is nu toch al om zeep. Een half uur later – het was ondertussen half tien – werd ik opnieuw gewekt door mijn radiowekker die om raadselachtige redenen was afgestemd op een Franse radiozender.

(Poging tot) dialoog
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 24 januari 2012
Een blonde jongen komt binnen en bestelt een pint. In de hoek van het bruine café aan een ronde tafel zitten Eva en ikzelf te praten over de grondeloze lelijkheid van het menselijke ras, terwijl ik gebiologeerd naar de kont van het blondje zit te staren. Jeroen komt terug met vier pinten. Het blondje gaat naar de toiletten. Ik besluit hem niet te achtervolgen. Ik zucht en neem een teug van het bier, terwijl Jeroen van wal steekt.
“Heb je de barman gezien? Die gast weegt zeker 130 kilo. Eén brok dynamiet! En dan die tatoeages! Het is een wandelend kunstwerk. Die zestien piercings in z’n gezicht maken het helemaal af! Hoeveel zou zoiets kosten?”
“Waarom wil je dat weten?”, komt Eva tussenbeide. “Je bent toch niet van plan om je smoel te laten verminken door zo’n ijzerwinkel?”
Jeroen luistert niet en ratelt door, zoals gewoonlijk. Ondertussen zak ik achteruit in mijn stoel en begin ik mijn glas in recordtempo leeg te drinken, terwijl ik mijmer over de jongen die ik gisteren keihard in z’n reet heb gepakt. Ook zoals gewoonlijk. Af en toe wordt mijn roes onderbroken door een raaskallende Jeroen.
“Ik heb totaal geen verstand van die dingen, maar stel dat zo’n piercing 5 à 10 euro kost. Als je er zestien in je gezicht boort dan zou het mij tussen de 80 en de 160 euro kosten. Wat denk jij, Eva?”
“Ik denk dat je een idioot bent, Jeroen. Als één of ander metaal jouw mooie snoetje bezoedelt dan naai ik mijn kut dicht.”
“Ach mens, dan neuk ik je gewoon anaal. Wees nu eens lief en geef een antwoord op mijn vraag: Hoeveel kost zo’n piercing?”
“Alleszins meer dan 5 à 10 euro. Hoe ga jij in godsnaam zestien piercings betalen? Je hebt deze week al 500 euro schulden gemaakt en de maand is nog maar pas begonnen. De enige reden waarom je hier elke dag pinten kan zitten heisen is omdat ik je betaal als de luxehoer die je bent.”
Eva en Jeroen irriteren me mateloos. Het wordt stilletjesaan tijd dat het gesprek een andere richting uitgaat. Kortom, ik begin me te moeien.
“Zeg Jeroen, heb je er ooit aan gedacht om punker te worden?”
Het ruzieënde koppeltje kijkt me verrast aan, verbijsterd zelfs.
“Een punker? Euh nee.”
“Misschien moet je dat toch eens overwegen. Voor jou is het alvast een serieuze carrièrezet.”
Eva begint te zeuren: “Jeroen, waar heeft die flikker het in godsnaam over?”
“Luister Eva. Twee dingen. Ten eerste wil ik je vragen – of nee, ik eis het! Ik eis dat je mij nooit meer een flikker noemt in mijn nabijheid of ik snij je tepels af en bak ze in olijfolie. En ten tweede, punkers steken veiligheidsspelden door hun oorschelpen, neus en weet ik veel wat nog allemaal. Als goedkoop alternatief voor piercings kan dat wel tellen. Wat denk jij, Jeroen?”
Jeroen weet duidelijk niet wat hij moet doen. Antwoorden op mijn vraag of zijn vriendin verdedigen. Hij kiest voor het eerste – een wijze keuze.
“Het is natuurlijk aanlokkelijk, maar …”
“Punkers zijn vies!”, roept Eva, het rijkeluisdochtertjedatm’nklotenkankussen.
“Ze zijn vooral erg ijdel. Ik ben nog een tijdje samengeweest met een punker en ik kan je verzekeren: als hij evenveel aandacht besteedde aan mijn lul als aan zijn hanenkam dan zou ik hier nu niet als een vadsige bierspons zitten. En als je mij nu wilt excuseren. Ik heb nog dringende zaken af te handelen.”
Ik sta op en loop naar het tuinterras, de blonde jongen achterna die ondertussen was teruggekeerd. Jeroen en Eva kijken me na. Eva met een blik van hartstochtelijke haat.
…
![]()
Recensie: Het verdriet van België
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 18 januari 2012
“Het verdriet van België is een roman van de Belgische auteur Hugo Claus, voor het eerst verschenen in 1983 bij uitgeverij De Bezige Bij. Het werk wordt algemeen als zijn magnum opus beschouwd. De roman schildert een niet erg vleiend portret van een Vlaamse collaborerende familie in de jaren voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, maar het is ook een bildungsroman over een eigenzinnige adolescent die besluit om schrijver te worden.” – Wikipedia
Ik stapte op de trein en schoot vlug het tweedeklassedepartement (of hoe heet dat) binnen. De trein was zo goed als leeg. Eindelijk rust. Eindelijk verlost van al dat klootjesvolk. Stomme trutten die mij vertellen dat ik meer enthousiasme moet uitstralen, dat mijn cv beter kan, dat mijn lul te breed is om deftig te pijpen, dat ik mijn jockstrap thuis moet laten … Maar nu dus eindelijk rust. En hoe kun je de rust beter bewaren dan met behulp van crystal meth? Jammer genoeg had ik geen meth en moest ik dan maar genoegen nemen met een blikje fristi en een fallusvormig broodje kaas. Na het verorberen van de homofiele spijzen zette ik mijn iPod op om naar The Orb te luisteren en leunde ik voldaan achterover in de met tijgerbont bedekte zetels van de NMBS-trein. Ik stak een sigaretje op en mijn broek af. Het ware leven ontstaat in het tot rust komende brein van een seriemoordenaar.
Mijn rust werd echter plotsklaps verstoord toen één of andere vrouw met haar debiele vriendje over mij kwam zitten. Weg rust! Ergernis overwelmde mijn vermoeide, afgetakelde lichaam. Toen de vrouw haar sluier afdeed, begon ik bijna over te koken van woede. Wat een verschrikkelijk, lelijk wijf! Met dat mottige, vuilblonde kapsel uit stofdraden! En een smerige adem die stinkt alsof een rat met syfilis in haar bek is geëxplodeerd! En dan die vorte smoel! Haar wangen lijken wel twee aangebrande hamburgers, volledig ingewreten door de acné. Bah! Als ik met zo’n rotkop zou zijn geboren, dan sneed ik hem eraf met een kettingzaag. Al was het maar uit respect voor het menselijke ras.
Gelukkig was er ook goed nieuws. In mijn handen lag immers een leuk en bijster interessant boek van ene Hugo Claus. Hugo Claus was een stukadoor uit Ravels die in zijn vrije tijd stationsromannetjes van bedenkelijk allooi schreef, maar met het pornografische werk ‘Het verdriet van België’ een grote, zij het kortstondige populariteit kende in het Brusselse homomilieu van de jaren ’80. Ik vond het in ieder geval een heel mooi boek en geef het dan ook een 10. Vooral de scène waarin Bea de twee maanden oude puppy van haar buurvrouw Peggy van de verdrinkingsdood redt, werkte op mijn lachspieren.
In memoriam
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 16 januari 2012
Een bijdrage van de Antwerpse dichter Gertjan Coveliers
Lees de rest van dit artikel »
Katholieke waarden
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 14 januari 2012
Mijn lijf
en zij
hanteert
de zeef
waadt
in het zaad
De teef
weert
mijn lul
en neemt
de pil
Kuthoer

Vrede voor de derde leeftijd
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 14 januari 2012
Zwarte foto’s in de doos,
Oude mensen zijn waardeloos.
In de broek een koek
van plat gevoeg,
gezellig bij
het vuur, maar
liever in de vlammen
want de dood komt nooit
te vroeg.
Familiefeest voor een
Lijk
We zetten de teef
Eens flink te kijk.
Rottend in de grond
gistend in het zand
tot de laatste
gouden tand
verworden is
tot stront.
Al dwarrelend in een kruik restaureert
zij haar buik.
Een open wond
Een zwart gezwel.
Wie weet het nog?
[jij wel?]
![]()
De filosofische controverses van een centrumstad
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 11 januari 2012
Gisteren omstreeks middernacht werk ik gewekt door een onheilspellend geluid. Ik stapte uit bed, nam een zaklantaarn en mijn revolver, en bewoog mezelf naakt naar de raam van mijn appartement in het centrum van Leuven. Voorzichtig gluurde ik tussen het spleetje tussen de gordijnen en de vensterbank. Wat ik toen zag tartte elke verbeelding. Het is absoluut niet verzonnen wat ik nu ga schrijven want het is zo waanzinnig geschift, absurd, ongehoord, immoreel en ondenkbaar dat zelfs waanzinnig geschifte, absurde, ongehoorde, immorele en ondenkbare wezens als de Paashaas zouden zeggen dat ze nog nooit zoiets waanzinnig geschift, absurd, ongehoord, immoreel en ondenkbaar hebben gezien. Ik zag in het midden van de Parkstraat twee vierkante cirkels de Sirtaki dansen met enkele schaars geklede deernen van minderjarige leeftijd. Zij allen droegen een witte puntmuts en twee takken: één in de rechterhand en één in de aars. De aarstak diende vermoedelijk om een contact te bewerkstelligen met Satan, die zich geregeld schuilhield in de riolen van Leuven. De alom gevreesde burgemeester Louis Tobback wordt daar ook op regelmatige basis gesignaleerd, vermoedelijk om er de kat van prins Laurent te imiteren door een verse drol te draaien in de microgolfoven. Wat nemen twee vierkante cirkels – behalve witte puntmutsen en takken – mee als ze om middernacht in het centrum van Leuven de sirtaki gaan dansen met schaars geklede minderjarige meisjes? In de eerste plaats een met confetti gevuld edelhert dat op het einde van elke sirtaki wordt geofferd aan Beëlzebub. Daarnaast ontwaarde ik ook een tweesnijdende lepel, veertien naaktslakken, een belastingsbrief en twee borden havermoutpap.

Vlaams-Nationalistisch Forum, deel 3: “Een Vlaams Vlaanderen en een blank Europa!”
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 2 januari 2012
De derde bijdrage in onze nieuwe rubriek is afkomstig van Leuvens Vlaams Belang-militant Joris Horst. De heer Horst wenst met zijn bijdrage zijn alledaagse ervaringen in het onveilige want multiculturele Leuven met ons te delen. Dat doet hij met een heldere analyse, een onverbrekelijk moreel geweten en een hart voor Vlaanderen. Met zijn scherpe pen sabelt hij met groot gemak de leugens van de ‘linkse’ intellectuelen neer. De propaganda van de multicultineomarxistischeallochtonenknuffelendesodomiebedrijvendepolitiekcorrecte elite krijgt van hem geen genade. Wij presenteren u dan ook met flamingante trots de getuigenis van Joris Horst.
“Leuven ontwaakt zoals enkel een uit zijn voegen gebarsten provinciaal studentenstadje ontwaakt: van de buitenwereld afgesloten door een complexe, onontwarbare en drukke mist van wegenwerken, files en gehaaste blanken. In tegenstelling tot de blanken blijven de negers verbazingwekkend rustig bij deze drukte, maar dat komt omdat ze werkloos, dronken of beide zijn en dus niets merken van de manische bedrijvigheid waarin de hardwerkende Vlaming zich bevindt. Het voordeel van deze blanke bedrijvigheid is dat negers op die manier geld verdienen van het OCMW om bier te gaan kopen in de Colruyt. Ook andere groepen in de samenleving weten zo te profiteren van het leven (en van onze belastingen). Deze groepen zijn prostituees, AIDS-patiënten, kunstenaars, studenten, intellectuelen, maatschappelijke werkers, drugverslaafden, Joden, moslims, homoseksuelen, feministen, Walen, syndicalisten en in het kort iedereen die niet met volle overtuiging voor Filip Dewinter heeft gestemd bij de vorige verkiezingen, dus ook die verraders die het Moedernest hebben verlaten om hun heil te zoeken bij die halfzachten van LDD of N-VA. Voorts gaat het leven zijn gangetje en gebeurt hier niks, behalve dan dat ik af en toe eens met mijn kameraden dronken rondloop en een (buitenlandse) student in elkaar mep natuurlijk. En dan zingen we van: “ADOLF HITLER!!! DAT WAS EEN TOFFE GAAAST!!! DIE HEEFT IN DE OORLOG ALLE JODEN VERGAST!!!”
Maar heus niet natuurlijk, tenzij de ‘ik-persoon’ in dit tekstje werkelijk de mening ventileert van de schrijver dezes die door een vreemde perspectiefwending in deze laatste zin mogelijkerwijs zichzelf toch heeft bevestigd als zijnde de ik-persoon. Maar dat is niet geheel zeker want de literatuur is een vreemd beest en een totaal gebrek aan logisch denken is haar niet vreemd, getuige de toogfilosofie die sommige schrijvers durven verkondigen. Hoe dan ook, wij zijn geen racisten. Nu ga ik schijten.”
Wij danken Joris Horst voor deze verhelderende tekst over de maatschappelijke problemen in Leuven. Als beloning voor zijn onvoorwaardelijke inzet voor de Vlaamse zaak, krijgt hij van de redactie van De Klauwen Van De Leeuw een geschenkmand met lokale bieren.
Bron: De Klauwen Van De Leeuw, maart 2010
![]()
Dream sequence [1]
Geplaatst door pjotr69 in Geen categorie op 31 december 2011
Met vaste tred schreed Margriet Hermans door de gang van het verlaten schoolgebouw. Rechts van haar strekte zich een rij verlaten, grijze klaslokalen uit over de lengte van de gang. Links van haar schemerde een vaal zonlicht doorheen de vuile ramen. Ik volgde haar geruisloos. Haar achterkant was erg lelijk. Het daglicht was zo flets dat mijn camera slechts schimmen registreerde. In de gang, boven onze hoofden galmde de bezwerende commentaarstem van Margriet.
“Ik was erg nerveus, want tenslotte interview je niet elke dag een politiek icoon.”
Margriet opende een deur naar een verduisterde zaal. In de zaal stonden enkele ronde tafels lukraak door elkaar. Aan elke tafel stonden vier stoelen. Op elke tafel stond een kaars, maar slechts één van de kaarzen brandde. Aan de overkant van de zaal lichtte de kaars op. Naast de kaars een mysterieus individu. Het was minister van staat Jurgen Verstrepen, ondertussen 76.
***flash forward***
Met drie zaten we rond de tafel: Margriet, Jurgen en ik. Op de achtergrond bracht een oude grammofoon de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach ten gehore. De spanning was te snijden. Minutenlang zaten we naar de smeltende kaars te kijken, terwijl Margriet als een gek zat te lachen. Toen zij zweeg was het de beurt aan Jurgen. Hij grijnsde de Verstrepen-grijns, richtte zich naar Margriet en vroeg met enig sarcasme in zijn stem: “Hanteer jij die hysterische lach op doktersadvies of is dat authentiek?” Margriet begon terug te lachen. Deze keer was de lach niet bulderend, maar neurotisch.
***flash back***
Ik werd wakker en zette een shot.
























